V. zingt al jaren, in een gemengd koor. Het koor heeft een hoog niveau, het is samengesteld uit professionele zangers en (heel goede) amateurs.
Over een paar maanden is er een concert, en er worden een paar solisten gezocht.
V., een alt met een grote stem (bereik en volume) meldt zich bij mij.
Of ik naar haar wil luisteren en mijn mening wil geven of solo-zang binnen haar mogelijkheden ligt.
Ik luister en observeer aandachtig.
Het is zuiver gezongen, hier en daar zijn er wat technische onvolkomenheden die we aan kunnen pakken met de juiste techniek en de frasering is wat slordig.
Auditie-materiaal? Ja. Kan het nog wat verbeteren? Ja.
Maar er is een ding wat mist, en dat is bezieling.
Solo zingen is iets totaal anders dan zingen in een stemgroep. In een stemgroep ga je voor eenheid van klank en volume, voor ‘blenden’. Als solist ben je…solist. Minder ‘veilig’, erg zichtbaar en hoorbaar. Met alleen de noten correct zingen red je het niet, je moet kleur en karakter toevoegen.
We plannen een aantal lessen in, en werken aan de technische dingen en ademondersteuning. V. is leergierig en getalenteerd, en gaat met sprongen vooruit.
De emotie wil alleen nog niet zo erg.
Dan gaan we werken volgens de method-acting methode van Stanislavski, waardoor V. zich volledig kan vereenzelvigen met de hoofdpersoon in de tekst.
Bij het zingen van de eerste zin barst ze in tranen uit: het komt te dichtbij en ze voelt de emotie van de tekst in iedere vezel van haar lichaam. We nemen een pauze en ik leg haar uit dat dit precies de bedoeling is, maar dat we het nu moeten omdraaien: jij als zanger hebt het doorleefd, jij weet hoe je je voelde, nu draag je dat gevoel over op je publiek.
Ga terug naar een moment waarop je emoties voelde: Hoe klinkt jouw stem als de tranen hoog zitten? Hoe klinkt je adem als je iets binnen wilt houden, of juist eruit wilt gooien? Hoe beweegt jouw lijf als je afkeer voelt, of wanhoop? (Het was een intens zielig lied over eenzaamheid).
V. kon alles in zichzelf oproepen, en heel technisch gingen we aan de gang: deze lettergrepen rekken we uit, deze slikken we in, hier gaan we expres iets te snel omdat we wanhopig zijn, hier mag ongecontroleerde ademhaling te horen zijn, hier kun je creaking toepassen en daar toegevoegde lucht.
V. is blij.
Ik luister en observeer aandachtig, en krijg kippenvel.
Zonder zelf geraakt te worden door de emoties, kan ze die nu overbrengen.