MJ boekt een proefles. Hij is gepensioneerd wiskunde en techniek-leraar en is net begonnen met zingen in een klassiek koor. Omdat hij moeite heeft met zijn stembereik en volume, besluit hij zangles te nemen.
Tijdens de proefles valt direct op dat hij zijn tong naar achteren beweegt bij spreken en zingen (knödeln) en dat er weinig ademactiviteit is. Met enkele oefeningen komt de klank meer naar voren en ervaart hij ademondersteuning. Enthousiast schaft hij een leskaart aan.
Voor les 1 geeft hij aan te willen werken aan zijn passaggio, legato glissando’s en bereik.
Da’s nogal een hoop voor één les, en al helemaal voor iemand die eigenlijk geen enkele zangervaring heeft. We meten zijn bereik: een oktaaf en een noot (B2–C4). Zijn spreekstem doet een lage tenor vermoeden, maar zijn zangbereik blijft daarbij achter. In de les werken we aan ademhaling, luchtstroom, ribactiviteit en tongpositie. MJ noteert alles en krijgt video-opnames mee, maar is teleurgesteld dat zijn specifieke doelen nog niet aan bod komen.
In les 2 geeft hij aan over twee maanden te willen zingen op de bruiloft van zijn zoon, bij voorkeur een semi-klassiek Italiaans nummer. We bespreken de haalbaarheid: met zijn huidige bereik en techniek is repertoirekeuze beperkt en de tijd kort. Hij heeft veel geoefend, zegt hij, maar toch is de vooruitgang klein. Niet verrassend, gezien de leeftijd en het ontbreken van ervaring.
Aan het einde van de les komt er meer rust, klank en volume in zijn stem, maar zijn bereik verandert nog niet.
MJ wil andere oefeningen.
In les 3 stelt hij kritische vragen over mijn werkwijze en het ontbreken van een methodeboek of vast lesplan. Hij geeft de voorkeur aan een gestructureerde aanpak met duidelijke stappen en toetsmomenten, zoals hij gewend is uit zijn eigen onderwijspraktijk.
Ik wijs hem op een aantal boeken, en leg hem geduldig uit dat het leren zingen anders werkt dan het aanleren van motorische vaardigheden.
Zelfs als je de beste boeken gebruikt kan zelfstudie je heel gemakkelijk in slechtere gewoontes brengen. Het verkeerd begrijpen of verkeerd diagnosticeren van een technisch probleem kan tegen elke algemene verbetering van de techniek werken. Mocht een van deze slechte gewoontes ontstaan, dan kan het veel moeilijker zijn om ze te verhelpen, omdat ze meer ingesleten raken en deel gaan uitmaken van je hele begrip van de stem.
‘Bovendien’, leg ik hem uit, ‘is het lastig om zelf je aanvangsniveau in te schatten, de tijd die je nodig hebt om een probleem te verhelpen en om te weten of het probleem dat je tegenkomt niet gekoppeld zit aan iets heel anders dat eerst opgelost moet worden.’
‘Dat begrijp ik’, zegt MJ, ‘maar toch wil ik een boek.’
In goed overleg besluiten we onze samenwerking te stoppen: hij wil iets wat ik niet kan geven, en wat ik wel kan geven wil hij op een andere manier ontvangen.
Ik denk dat MJ over een tijdje weer een andere hobby zal zoeken…